Afhankelijk van welke kalender moslims hanteren, begint de
Ramadan dit jaar gelijk met de christelijke Vastentijd of een dag later.
Ik ben blij om te zien dat de Gemeente Helmond beide vastenperiodes
in zijn berichtgeving met elkaar verbindt en gelijkwaardig een mooie tijd
wenst.
 |
screenshot Facebook
|
De indruk ontstond de laatste jaren wel eens dat men door de publieke deelname
aan iftar-maaltijden wat meer nadruk legde op de Ramadan, net als supermarkten
en commerciële bedrijven openlijk aandacht besteden aan de Ramadan, uiteraard
om de ingrediënten voor de avondmaaltijden te verkopen, al dan niet halal. Dat
doen ze niet voor onze veertigdagentijd met leuzen als: “eet soberder in de
vastentijd, dit zijn onze aanbiedingen voor gezond en voordelig voedsel”.
Christenen hoeven zich niet op te winden over deze situatie,
want het feit dat de Ramadan een belangrijk maatschappelijk thema is geworden,
terwijl het christelijk vasten dat minder is, is grotendeels te wijten aan het
gedrag van leden van de twee religieuze groepen: terwijl moslims vol vertrouwen
hun religieuze gebruiken beoefenen en deze in de openbare ruimte brengen, is
het christendom (dat ooit door de meerderheid als vanzelfsprekend werd beoefend)
door ons eigen gedrag op de achtergrond geraakt. Toch zou de confrontatie met
de islam een rol kunnen spelen bij de heropleving van het christelijk vasten.
Ontwaakt het verlangen naar het eigen geloof niet vooral in de omgang met de
ander, het ‘vreemde’? Misschien vragen vooral jonge niet-moslims zich af waarom
ze eigenlijk meer weten over de Ramadan dan over de structuur, betekenis en het
doel van de christelijke vastenperiode, en gebruiken ze hun gebrek aan kennis
als een kans om zich te verdiepen in "hun" religie.
Vorig jaar waren er berichten over een enorme toename van
het aantal bezoekers aan de Aswoensdagdiensten in Frankrijk. Vooral tieners en
jongvolwassenen stroomden naar de kerken om de asoplegging te ontvangen. In
Frankrijk is de publieke aanwezigheid van de islam in sommige delen veel sterker
dan in ons land. Dat deze islamisering bijdraagt aan de trend van Aswoensdag
is op zijn minst een plausibele hypothese. Zo horen we ook van jongeren die het
katholieke geloof gaan zoeken, omdat ze door moslimvrienden bevraagd worden op
hun eigen christelijke roots – die ze dan willen herontdekken.

Hoe belangrijk uiterlijk zichtbare tekenen van het
christendom (zoals het opleggen van as) ook mogen zijn, de ware betekenis ligt
in de innerlijke verandering waarmee ze hand in hand zouden moeten gaan. De
vastentijd als louter cultureel statement in contrast met de islam is een loze
geste. Vasten is uiteindelijk bovenal bedoeld om één ding te doen: ons dichter
bij Christus te brengen. Door het vrijwillig afzien van wereldse genoegens, delen
met de armen en het intensiveren van ons gebedsleven en bijbellezing, kunnen we
dichter bij onze Verlosser komen, die vrijwillig voor ons heeft geleden en uit
eigen vrije wil voor ons is gestorven om ons het Rijk der Hemelen te schenken. Dat
Rijk is immers het doel van alles wat we doen en laten. Vasten is dus het
volgen van Christus. Daarom maant Jezus ons ook aan om van het vasten geen
grootse openbare gebeurtenis te maken. Het gaat er niet om door onze medemensen
te worden geprezen en erkend. De beloning is de verdiepte relatie met God die
voortkomt uit het vasten. Christenen kunnen daarom gerust zonder een politiek
opgelegde "Fijne vastentijd"-banner.

Daarbij mogen we er van uitgaan dat degenen die de Ramadan
houden, dit ook doen omwille van God. Ook in de islam is er meer dan uiterlijk
vasten of menselijke verbondenheid in de families bij de iftar. Het gaat om
discipline omwille van het geloof, vergezeld van gebed en lezing uit de heilige
geschriften. En het delen met de medemens. Religie is nooit uiterlijk vertoon alleen, het heeft een hart.
Met die gedachten wensen wij christenen en moslims een goede
vastentijd toe, in dezelfde tijd, ieder in zijn eigenheid, omwille van God.