Op 2 februari, 40 dagen na Kerstmis, viert de Kerk het
feest van de Opdracht van de Heer in de Tempel. Bij dit feest herdenken we dat
Jezus als pasgeboren baby volgens de Joodse wet is opgedragen aan God.
Tijdens het bezoek aan de tempel wordt Jezus, in de armen
van zijn moeder Maria, door de oude man Simeon herkend als het ‘Licht voor de
volkeren’.
Dit feest wordt daarom ook wel ‘Maria Lichtmis’ genoemd. Voorafgaand
aan de Mis zegenen we kaarsen achteraan in de Jozefkerk en trekken dan met
brandende kaarsen in processie naar de zaal voor de Eucharistie. Jezus is het
Licht!
Blasiuszegen
Op 3 februari viert de Kerk de gedachtenis van de
heilige Blasius: de patroonheilige tegen keelaandoeningen. Het is een
traditie om de Blasiuszegen te ontvangen. Deze wordt door de priester
gegeven door twee kaarsen gekruist voor een persoon te houden onder het uitspreken
van de Blasiuszegen.
Omdat 3 februari op zaterdag valt en dan de liturgie van de
zondag wordt gevierd, is er na de mis van Maria Lichtmis op vrijdag 2 februari
gelegenheid om de Blasiuszegen te ontvangen. De kaarsen die worden gebruikt
zijn kaarsen die tijdens het Feest van Maria Lichtmis zijn gezegend.
De viering is in de Jozefkerk om 19:00.
Tevens wordt de Blasiuszegen op zaterdag na de Mis van 17 u
in de Pauluskerk gegeven.
De maand januari is altijd de periode waarin we als parochie vragen om een bijdrage. De Kerk is niet alleen voor ons maar ook voor de generaties na ons van grote waarde. Als alleen ouderen bijdragen, kunnen we hun erfenis niet in stand houden. We willen bouwen aan een missionaire parochie. Dat vraagt gebed en inzet, maar ook middelen om het te doen. We maken als parochie een solide financieel beleid, maar we kunnen het alleen samen doen.
Daarom durven we in alle bescheidenheid te vragen: wilt u nu meedoen? Dan kunnen we ook in de toekomst van betekenis zijn voor mensen die Christus en een kerkgemeenschap zoeken. Dan kunnen we uitnodigend zijn voor jonge mensen die hun leven nog voor zich hebben. Door vandaag te geven, maken we samen de Kerk van morgen mogelijk.
Wij doen geen kerkbalans-collectes in de kerk of aan de deur. De tijd van contant geld in zakjes voor kerkbijdrage is voorbij, al mág het natuurlijk wel per envelop. Wij werken echter liefst per bank.
Ons rekeningnummer is: NL72RABO 0171 0800 84 t.n.v. “Kerkbalans R.K. Parochie H. Lambertus”.
Bij de nachtmissen van kerstmis hebben we aan het eind van de vieringen gecollecteerd voor onze Caritas0492, de maaltijden die we aanbieden aan de Helmonders die het niet breed hebben. Eerder schreven we over de kerstmaaltijd en kerstpakketten die op 23 december hebben verzorgd.
De collectes hebben dit jaar €1300 opgeleverd, waarvoor hartelijk dank!
Rookworstactie
Voor de Caritas in de Pauluskerk heeft de heer Klaassen ook dit jaar een succesvolle rookworstactie gehouden. Voor het zevende jaar heeft de oproep gehoor gevonden bij de diverse mensen, zowel via een donatie op de opengestelde bankrekening, als via gaven in natura (vooral rookworsten) afgegeven in de Pauluskerk.
Aan geldelijke donaties is er € 562,40 binnengekomen en de gaven in natura zijn € 175,00 (afgerond). In totaal heeft de rookworstactie 2023 dus € 737,40 opgebracht. Waarvoor hartelijk dank!
Klik op de onderstaande afbeelding om de hele verantwoording van de rookworstactie te zien:
Op deze zondag vieren we dat Jezus, geboren in Bethlehem,
het licht laat schijnen voor alle volkeren, waarvan de drie wijzen het symbool
zijn. Heden zal heel de wereld Gods Redding zien in Jezus Christus!
Tevens is dit feest omkleed met volksdevotie, zeker in onze
(Germaanse) landen. De wijzen zijn de drie 'koningen' die in de Dom van Keulen
worden vereerd. Kinderen verkleden zich als de koningen en gaan als 'Sternsinger'
langs de deuren. We tekenen de deuren van onze huizen met de initialen van de
koningen en vragen om de zegening van onze huizen. Allemaal heel goed, want het
zijn tekens dat Jezus echt bij ons mag wonen, Gods nabijheid, de Emmanuel.
Ook deze zondag dan de jaarlijkse huiszegens om mee te nemen
na de missen van dit weekend. Een artikeltje er over mét downloadbare zegen, op
de website van het bisdom Haarlem-Amsterdam. (link HIER)
Wij hebben een eigen vertrouwenspersoon in geval van meldingen inzake seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag, vacature, telefonisch bereikbaar via 0492522109.
Wij volgen de gedragscode pastoraat, welke u kunt vinden op https://www.rkkerk.nl/wp-content/uploads/2018/04/Gedragscode-Pastoraat-2018.pdf Nieuwe vrijwilligers wordt bij aanmelding verwezen naar deze gedragscode via dit deel van de website. Wij verlangen van alle vrijwilligers dat zij zich houden aan genoemde gedragscode.
Wij controleren actief of vrijwilligers zich houden aan genoemde gedragscode, en het zogenaamde 'vier ogen beleid' bij werken met minderjarigen.
Rond de synode-bijeenkomsten, hebben we in het pastoraal team nagedacht over enkele belangrijke uitgangspunten van vrijwilligerswerk. Wij verbinden dat met de idealen van de missionaire parochie (zoals door James Mallon geformuleerd in: Als God renoveert) en de synodale parochie samen op weg. In het licht van de realiteit van onze parochie.
Het uitgangspunt voor ons vrijwilligerswerk is: talent boven taak. We kunnen niet in de eerste plaats denken vanuit de taken die gedaan zouden moeten worden als er geen mensen zijn om ze uit te voeren.
In het ideaal van de synodale en missionaire Kerk is het de roeping van gelovigen om Jezus te volgen en daarbij talenten die God ons geeft, ten dienste van de gemeenschap te stellen.
Wat we doen komt niet voort uit de concrete nood of behoefte (de vraag) maar vanuit wat mensen kunnen geven (het aanbod). Dat is een weg van onderscheiden en vanuit je roeping actief worden.
Waarschijnlijk moeten wij nog een langere tijd elkaar missen, omdat we niet kunnen samenkomen, of in ieder geval nog langer anderhalve meter afstand moeten houden. Dat raakt ons allen diep.
Anderzijds hebben we ook een tijd van bezinning, waarin we ons mogen afvragen: moeten we wel terugkeren naar dat oude normaal? Of is het ook een tijd van nieuwe keuzes maken, een nieuwe toekomst, een nieuw normaal op de manier die God van ons mag verwachten? Een nieuwe periode kan ook een nieuw verlangen opwekken naar normalisering waarin het beter is. God laat ons niet in de steek, maar beproeft ons om naderhand méér met Hem verbonden te zijn. Moeten wij deze crisis niet doorstaan, om te kunnen onderscheiden waar het op aan komt?
Laten we het niet alleen met droefheid of mopperend verdragen, maar met een hoopvolle gedachte. God heeft er een bedoeling mee, en we kunnen die in Jezus en het lezen van Gods Woord wellicht ontdekken. Vandaag de lezing van het beroemde Emmausverhaal. Ontmoedigde leerlingen die door Jezus weer op nieuwe gedachten worden gebracht.
Pastoor Seidel heeft voor deze zondag een lange overweging gemaakt, waarin hij de crisis verbindt met de Bijbel en de boodschap dat God ons de weg zal wijzen...
Eerste LezingHand.,
2, 14. 22-28
Op de dag van Pinksteren trad Petrus naar voren met de elf
en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten: "Gij allen,
Joodse mannen en bewoners van Jeruzalem, weet dit wel en luistert aandachtig
naar mijn woorden. Jezus de Nazoreeër was een man wiens zending tot u van
Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en
tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht: Hem, die volgens Gods
vastgestelde raadsbesluit en voorkennis is uitgeleverd, hebt gij door de hand
van goddelozen aan het kruis genageld en gedood. Maar God heeft Hem ten leven
opgewekt na de strikken van de dood te hebben ontbonden; want het was
onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden. Doelend op Hem toch zegt David:
De Heer had ik voor ogen, altijd door, Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik
niet zou wankelen; daarom is er blijdschap in mijn hart en jubelt mijn mond van
vreugde; ja, ook mijn lichaam zal rust vinden in hoop, omdat Gij mijn ziel niet
zult overlaten aan het dodenrijk en uw heilige geen bederf zult laten zien.
Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen. Gij zult mij met vreugde vervullen
voor uw aanschijn."
Antwoordpsalm Psalm 16
Refrein: Wijs ons, Heer, de weg van het leven.
Behoed mij God, tot U neem ik mijn toevlucht; Gij zijt mijn
Heer, ik erken het, ik vind geen geluk buiten U.
De Heer is mijn erfdeel, de dronk uit de beker, Hij heeft
mijn lot in zijn hand. Ik dank de Heer die mij altijd geleid heeft, Hij spreekt
ook des nachts in mijn hart.
Steeds houd ik mijn ogen gericht op de Heer, ik val niet
want Hij staat naast mij. Daarom ben ik vrolijk en blij van geest, daarom kan
ik rustig gaan slapen.
Mijn ziel laat Gij niet aan het dodenrijk over, Gij levert
uw dienaar niet uit aan het graf. Gij zult mij de weg van het leven wijzen om
heel mijn vreugde te vinden bij U, bestendig geluk aan uw zijde.
Tweede Lezing 1 Petr., 1, 17-21
Dierbaren, God die gij aanroept als Vader, is ook de onpartijdige
rechter over al onze daden; koestert daarom ontzag voor Hem, zolang gij hier in
ballingschap leeft. Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals goud
en zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan dat gij van uw vaderen had
geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder
vlek of gebrek, dat uitverkoren was voor de grondlegging der wereld, maar eerst
op het einde der tijden is verschenen, om uwentwil. Door Hem gelooft gij in
God, die Hem van de doden opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom
is uw geloof in God tevens hoop op God.
Alleluia
Alleluia. Heer Jezus, ontsluit voor ons de Schriften; doe
ons hart branden terwijl Gij tot ons spreekt. Alleluia.
Evangelie Lc., 24, 13-35
In die tijd waren er twee van de leerlingen van Jezus op weg
naar een dorp dat Emmaus heette en dat ruim elf kilometer van Jeruzalem lag.
Zij spraken met elkaar over alles wat was voorgevallen. Terwijl zij zo aan het
praten waren en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf op hen toe en Hij liep
met hen mee. Maar hun ogen werden verhinderd Hem te herkennen. Hij vroeg hun:
"Wat is dat voor een gesprek dat gij onderweg met elkaar voert?" Met
een bedrukt gezicht bleven ze staan. Een van hen, die Kléopas heette, nam het
woord en sprak tot Hem: "Zijt Gij dan de enige vreemdeling in Jeruzalem,
dat Gij niet weet wat daar dezer dagen gebeurd is?" Hij vroeg hun:
"Wat dan ?" Ze antwoordden Hem: "Dat met Jezus de Nazarener, een
man die profeet was, machtig in daad en woord in het oog van God en van heel
het volk; hoe onze hogepriesters en overheidspersonen Hem hebben overgeleverd
om Hem ter dood te laten veroordelen en hoe zij Hem aan het kruis hebben
geslagen. En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging
verlossen ! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd
zijn. Wel hebben een paar vrouwen uit ons midden ons in de war gebracht; ze
waren in de vroegte naar het graf geweest, maar hadden zijn lichaam niet
gevonden, en ze kwamen zeggen dat zij ook nog een verschijning van engelen
hadden gehad, die verklaarden dat Hij weer leefde. Daarop zijn enkelen van de
onzen naar het graf gegaan en bevonden het zoals de vrouwen gezegd hadden, maar
Hem zagen ze niet." Nu sprak Hij tot hen: "O onverstandigen, die zo
traag van hart zijt in het geloof aan alles wat de profeten gezegd hebben !
Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?"
Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de
Schriften op Hem betrekking had. Zo kwamen ze bij het dorp waar ze heen gingen,
maar Hij deed alsof Hij verder moest gaan. Zij drongen bij Hem aan: "Blijf
bij ons, want het wordt al avond en de dag loopt ten einde." Toen ging Hij
binnen om bij hen te blijven. Terwijl Hij met hen aanlag nam Hij brood, sprak
de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij
herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. Toen zeiden ze tot elkaar:
"Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de
Schriften ontsloot?" Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem
terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Dezen
verklaarden: "De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen."
En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen
herkend werd aan het breken van het brood.